Maria de' Medici's spectaculaire ontsnapping uit het kasteel van Blois
Maria de’ Medici’s spectaculaire ontsnapping uit het kasteel van Blois
In de nacht van 21 op 22 februari 1619 was Maria de’ Medici, koningin-moeder van Frankrijk, ontsnapt uit het kasteel van Blois, waar zij, ten gevolge van een conflict met haar zoon koning Lodewijk XIII, een verplicht onderkomen had gekregen. Na de moord op haar echtgenoot koning Henri IV had zij in mei 1610 het regentschap voor haar toen 9-jarige zoon waargenomen in een land dat geplaagd werd door godsdienstige en politieke tegenstellingen.
Maria de’ Medici moest het hoofd bieden aan de eisen van de edelen, die zich rond de hugenoot Hendrik de Condé geschaard hadden. Teneinde uit de moeilijkheden te geraken werd Lodewijk XIII (1601-1643) in 1614 meerderjarig verklaard, maar de koningin-moeder was niet bereid een stap terug te zetten en liet zich in het bestuur van het koninkrijk meer en meer bijstaan door het echtpaar Concini. Maria’s jeugdvriendin Leonora Galigai Dori, die met haar mee gekomen was naar Parijs en haar man, de Florentijnse gelukzoeker Concino Concini (de markies d’Ancre) domineerden het doen en laten van de regentes. Van Concini werd ook gezegd dat hij de minnaar van Maria geweest is.
Toen Hendrik de Condé bleef conspireren tegen de regentes liet zij hem arresteren. In hetzelfde jaar 1616 verscheen ook een nieuwe raadsman in de entourage van Maria de' Medici; Armand Jean du Plessis, later beter bekend als le cardinal de Richelieu.
De jonge koning Lodewijk was inmiddels sterk onder de invloed geraakt van Karel d'Albert, de hertog van Luynes (een afstammeling van de Florentijnse familie Alberti), die hem er van kon overtuigen het echtpaar Concini te laten uitschakelen en zelf het bestuur handen te nemen. Concino werd vermoord en Leonora werd terechtgesteld als heks. Na een machtsstrijd tussen moeder en zoon (en tussen de Luynes en Richelieu) werd Maria begin mei 1617 opgesloten in het kasteel van Blois en moest Richelieu de wijk nemen naar Avignon.
Fig.1. Illustratie uit « Histoire de Louis XIII « (M. Levassor).
Maar de koningin-moeder was niet van plan om zich zo maar opzij te laten schuiven en samen met Jean Louis de la Valette, de hertog van Epernon en de Florentijnse bankier Luigi Rucellai (die in opdracht handelde van haar neef groothertog Cosimo II de’ Medici van Toscane) werd een plan gesmeed om haar te laten ontsnappen uit het kasteel van Blois, waar in 1589 haar voorgangster koningin Caterina de’ Medici gestorven was. Achteraf zou Maria nog verklaard hebben dat zij buiten haar wil ontvoerd geworden was, maar dat was een leugen want de zaak was minutieus voorbereid.
De ontsnapping vond plaats op 22 februari om 3u ‘s nachts en om ongezien te kunnen verdwijnen moest Maria uit een raam van de 2de verdieping op een 20 meter lager gelegen terras (zie fig.1) zien te geraken om daarna nog verder langs een steile muur naar beneden af te dalen.
Dat kon dan gebeuren met een touwladder, maar de 43-jarige en in omvang toegenomen vorstin (ze had in haar kleed juwelen laten naaien) had het daar erg moeilijk mee en raakte zelfs verstrikt in de koorden, zodat ze de laatste meters moest opgevangen worden door haar helpers. Volgens een ander verhaal had men haar in een mantel gewikkeld en zo aan touwen naar beneden laten zakken.
Nog andere bronnen hebben het over een iets minder spectaculaire ontsnapping waarbij er gebruik gemaakt kon worden van de stellingen van een in aanbouw zijnde paviljoen, waarvoor Maria zelf bij haar aankomst in 1617 aan architect Samuel de Brosse de opdracht gegeven had (1). Maar zelfs dat zal voor de vorstin, die last had van hoogtevrees, geen sinecure geweest zijn.
In één van de verhalen wordt er melding gemaakt van enkele nachtelijke passanten, die getuige waren van het voorval en die dachten dat het ging om een amoureuze ontsnapping. Zij begonnen zelfs schuine opmerkingen maken, maar dat stoorde Maria niet want dat betekende dat ze haar blijkbaar niet hadden herkend. Wat die voorbijgangers daar dan om 3 uur ‘s nachts uitspookten is echter niet duidelijk.
Aan de voet van het kasteel stonden paarden gereed, die Maria en haar gezelschap, dat bestond uit haar schildknaap en enkele dienaressen en dienaars, naar een brug over de Loire brachten, waar een karos en een 100-tal soldaten gereed stonden om haar naar het kasteel van Loches te brengen, waar de hertog van Epernon haar mocht begroeten (zie fig.2).
Fig.2 Ontvangst van de uit Blois ontsnapte Maria de’ Medici (P.Rubens, Louvre)
Het kwam vervolgens tot een gewapend conflict tussen de aanhangers van Maria en Lodewijk, dat beslecht werd met de zege van de koning in Ponts-de-Cé op 7 augustus 1620. Het leger van de koningin-moeder stond onder leiding van maarschalk Louis II de Marillac terwijl de troepen van de koning (dubbel in aantal) werden aangevoerd door haar oude vijand, de Prins van Condé.
Door toedoen van Richelieu, die toenadering gezocht had tot koning Lodewijk, kon het verdrag van Angers de (tijdelijke) verzoening van moeder en zoon bezegelen.
Na de dood van de Luynes in 1621 werd Maria zelfs terug opgenomen in de Koninklijke Raad, maar toen zij zich weer met het bestuur ging bemoeien geraakte zij in conflict met Richelieu (in verband met de buitenlandse politiek en de houding van Frankrijk ten opzichte van de Habsburgers) en eiste zij zijn ontslag (2). Tot haar grote ontgoocheling besloot Lodewijk XIII toen echter “ te kiezen voor zijn knecht en niet voor zijn moeder”.
Maria beraamde dan met de hulp van haar jongste zoon Gaston van Orléans en kanselier Michel de Marillac op 10 november 1630 een staatsgreep tegen de kardinaal, die echter mislukte en die haar opnieuw in ongenade deed vallen. Dit keer werd zij verbannen naar het kasteel van Compiègne van waaruit zij op 19 juli 1631 vertrok naar de Spaanse Nederlanden. Van een 2de ontsnapping kan men niet echt spreken want Lodewijk had het kasteel met opzet onbewaakt gelaten en aangezien zijn moeder zich nu naar “vijandelijk” gebied had begeven moest hij niet meer voor haar onderhoud zorgen.
Na een oponthoud in Brussel en Antwerpen, waar zij Pieter Pauwel Rubens een bezoek bracht (3), is Maria de’ Medici na een verblijf in Engeland uiteindelijk in Keulen beland, waar zij op 3 juli 1642 op 67-jarige leeftijd overleden is. In opdracht van Richelieu werd haar lichaam overgebracht naar de basiliek van Saint-Denis, waar zij naast haar echtgenoot Henri IV werd bijgezet. De kardinaal stierf in december van hetzelfde jaar en Maria's zoon koning Lodewijk XIII gaf in mei van het daaropvolgende jaar de geest en de troon over aan haar kleinzoon Lodewijk XIV.
(1) Dat paviljoen bestaat niet meer want haar zoon Gaston van Orléans heeft het in 1634 door de architect François Mansart laten vervangen door een nieuwe vleugel.
(2) Terwijl Richelieu oorlog wilde voeren tegen de keizer en de Spaanse koning had de koningin-moeder daar duidelijk een andere mening over.
(3) Rubens had van 1622 tot 1625 een reeks van 22 schilderijen gemaakt met het leven van Maria de’ Medici, voor haar toenmalig verblijf in het Palais de Luxembourg die nu bewaard worden in het Louvre. Op één van de werken heeft de Antwerpse kunstenaar haar ontsnapping uit Blois (op een allegorische wijze) afgebeeld. Onder bescherming van de godin Minerva en begeleid door engelen wordt Maria begroet door haar medestanders.
JVL
Maria de’ Medici’s spectacular escape from the castle of Blois
On the night of February 22nd 1619, Maria de' Medici, Queen Mother of France, had escaped from the castle of Blois, where she had been given mandatory residence as a result of a conflict with her son King Louis XIII. After the murder of her husband King Henri IV, she had assumed in May 1610 the regency for her then 9-year-old son in a country plagued by religious and political differences.
Maria de' Medici had to face the demands of the nobles, who had rallied around the Huguenot Henry de Condé. In order to solve the problems, Louis XIII (1601-1643) was declared of age in 1614, but the Queen Mother was not prepared to take a step back, seeking more and more the assistance of the Concini couple in the government of the kingdom. Leonora Galigai Dori, Maria’s childhood friend, and her husband the Florentine fortune seeker Concino Concini (known as the marquis d’Ancre) dominated the regent’s actions. Concini was also said to have been Maria's lover.
When Henry de Condé continued to conspire against Maria, she had him arrested in 1616. In that same year, a new counsellor also appeared in her entourage: Armand Jean du Plessis, later better known as le cardinal de Richelieu.
In the meantime, the young King Louis had come under the strong influence of Charles d'Albert, the Duke of Luynes (a descendant of the Florentine Alberti family), who was able to convince him to have the Concini couple eliminated and to take control of the government himself. Concino was murdered and Leonora was executed as a witch. After a power struggle between mother and son (and between de Luynes and Richelieu) Maria was imprisoned in the castle of Blois at the beginning of May 1617 and Richelieu took refuge in Avignon.But the Queen Mother was not going to accept all this and together with Jean Louis de la Valette, the Duke of Epernon, and the Florentine banker Luigi Rucellai (who was acting on behalf of her cousin Grand Duke Cosimo II de' Medici of Tuscany), a plan was hatched to organize her escape from the castle of Blois, where her predecessor Queen Caterina de' Medici had died in 1589. Afterwards, Maria would have stated that she had been kidnapped against her will, but that was a lie because the plan had been meticulously prepared.
The escape took place on February 22nd at 3 a.m. and in order to disappear unseen, Maria had to descend from a window of the 2nd floor onto a terrace 20 meters below (see fig.1) and then get even further down along a steep wall.
This could be done with a rope ladder, but the 43-year-old had gained weight (and jewels sewn into her dress) and got entangled in the cords, needing the help of her servants. According to another story, she had been wrapped in a cloak and lowered down on ropes.
Still other sources speak of a slightly less spectacular escape in which was used the scaffolding of a pavilion under construction, which Maria herself had commissioned from architect Samuel de Brosse on her arrival in 1617 (1). But even that descent will not have been an easy task for the Queen Mother, who suffered from fear of heights.In one of the stories, there is mention of some nocturnal passers-by, who witnessed the incident and who thought it was an amorous escape. They even had started making lewd comments, but that did not bother Maria, because that meant that she had not been recognized. However, it is still not clear what those people were doing there at 3 a.m.
At the foot of the castle Maria, her squire and a few maids and servants, found horses to take them to a bridge over the Loire, where a carriage and about 100 soldiers were ready to take her to the castle of Loches, where the Duke of Epernon was waiting for her (see fig.2).It came to a military conflict between the partizans of Maria and Louis, ended by the King’s victory in Ponts-de-Cé on August 7, 1620. The Queen Mother’s army was led by marshal Louis II de Marillac while the king’s troops (double in number) were commanded by her old enemy, the Prince of Condé. Through the efforts of Richelieu, who had gained the trust of King Louis, the treaty of Angers could seal the (temporary) reconciliation of mother and son.
After the death of Charles de Luynes in 1621, Maria was even readmitted to the Royal Council, but when it came to a disagreement with Richelieu (in connection with foreign policy and France's attitude towards the Habsburgs) she demanded his resignation (2). To her great disappointment Louis XIII then decided to "choose for his servant and not for his mother".On November 10, 1630, together with her youngest son Gaston d’Orléans and chancellor Michel de Marillac, Maria plotted a coup against the cardinal, which failed and caused once again her downfall. This time she was exiled to the castle of Compiègne from where she left for the Spanish Netherlands on July 19, 1631. One cannot really speak of a 2nd escape because Louis had deliberately left the castle unguarded and since his mother had now gone to "enemy" territory, he no longer had to take care of her.
After a stay in Brussels and Antwerp, where she met Pieter Pauwel Rubens (3) and a visit to England, Maria de' Medici finally ended up in Cologne, where she died on July 3, 1642 at the age of 67. By order of Richelieu, her body was transferred to the basilica of Saint-Denis, where she was buried next to her husband Henri IV. The cardinal died in December of the same year, and Maria's son King Louis XIII passed away in May of the following year and was succeeded by her grandson Louis XIV.
(1) This pavilion no longer exists, as her son Gaston of Orléans had it replaced by a new wing in 1634 by the architect François Mansart.
(2) The Queen Mother was opposed to Richelieu’s war plans against the Emperor and the Spanish King.
(3) From 1622 to 1625, Rubens had made a series of 22 paintings depicting the life of Maria de' Medici, for the Palais de Luxembourg, which are now kept in the Louvre. One of the works of the Antwerp artist revokes her escape from Blois (in an allegorical way). Under the protection of the goddess Minerva and accompanied by angels, Maria is greeted by the Duke of Epernon and other supporters.
Literatuur:
De Baaij, J. Maria de’ Medici: Sterke koningin of simpele koppelaarster?
In: Kunstvensters, sept.2020.
De Grauw, M. Franse politieke vluchtelingen in de Zuidelijke Nederlanden (1631-38).
(masterproef Univ. Gent, 2008).
Dorini, U. I Medici e i loro tempi. Firenze, 1989.
Levassor, M. Histoire de Louis XIII. Tome III. Amsterdam, 1757.
Tabacchi, S. Rucellai, Luigi. In: Dizionario biografico, vol.89 (2017).
Van Laerhoven, J. De Medici-vrouwen. Herk-de-Stad, 2016².
zie art. Endogamie aan het hof van de Medici-groothertogen.
Vannucci, M. Caterina e Maria de’ Medici regine di Francia. Rome, 1994².